Tessenderlo

tessenderlo – luce rutten schrijft een katern over het dagelijkse leven in tessenderlo. Al voor het vijftiende jaar mag ik aanvoerder optreden van een puinhoop : de boekerijders. Anders dan hun bijna-naamgenoten lepelen de boekerijders zich niet schuldig aan nachtelijke roofpartijen. Als zij al ’s nachts actief zijn, dan is het om zich als raszuivere boekenwurmen aan lettertjes have te doen. In oktober 2005 zag leesclub de boekerij het levenslicht als zuigeling van de looise bibliotheek. Die liet zich tegelijkertijd herdopen tot het chiquer klinkende ‘cultuurhuis’, maar het wurmenclubje blijft fier attenderen naar mama’s papieren roots in vervlogen tijden, toen allemaal nog sprak over ‘de boekerij’. Tot de eeuwwisseling had onze gemeente geen échte bibliotheek. Hoog op de zolder van het raadhuis stonden enkele lokalen stampvol gestouwd met boeken. Je moest er wat voor over hebben om de fijne leeswaren van tijdens die hanenbalken naar je inherent eettafel te versassen. Gezondheidsbevorderend substantie voor de tijdgeest stukslaan vereiste trapsgewijs werken aan lichamelijke fitheid. Vijf keer per jaar prikken de bendeleden de hoofden bij elkaar daarboven een boek. Het kan er levendig aan toe gaan, want incidenteel zijn ze het roerend eens over preferentie en kwaliteit van de geserveerde leeshap. Vurige redenen vonken heen en weer tussen de positieve en de negatieve pool. Maar er wordt respectvol naar elkaar geluisterd, al kriebelen de tegenargumenten op het broodje van de tong. Niemand wordt de mond gesnoerd. En niet incidenteel keren de meest radicale voor- en tegenstanders naar huis met een genuanceerder mening. Bestuurders kunnen daar nog wat van leren. In het politieke spel scoor je vaak pas door elkaar te overschreeuwen of onderuit te halen. Zelfs in het britse parlement is de oer-engelse flegmatiek tegenwoordig ver zoek. Om werkbaar te blijven, is het ledental in onze club gelimiteerd tot twintig. Dat maximum wordt constant gehaald. Haakt er iemand af, vanwege verhuis of tijdgebrek, dan wordt het waterlek terstond vanuit een wachtlijst opgevuld. Wie dacht dat lezers een uitstervend ras zijn, slaat ongeacht de bal. Leesclubs reizen leden aan van zeer uiteenlopende pluimage. Zo werd onze boekerij kortgeleden – puur toevallig of van hogerhand gestuurd, wie zal het zeggen – twee belezen ‘boekhouders’ rijk. Dé ideale aanwinst om een boeke ( n ) rij evenwichtig te stutten natuurlijk. Onze club wordt ook aan de zijlijn aangemoedigd door een beroemde meter : de onvolprezen annemie struyf. Vorige week was annemie te gast in het cultuurhuis om er te komen uiteenzetten over haar lotgevallen in frankrijk. Na uitkomst maakte zij eventjes tijd om leestips uit te wisselen. Als haar zakagenda wat meer ruimte bood, zou zij waarachtig af en toe met ons mee komen discussiëren. Dat zij aandachtig naar de anderen zou luisteren, staat exclusief kijf. En de inherent inbreng van een dame met haar bepakking zou uiteraard zeer verrijkend zijn. Helaas, vooralsnog willen wij het buiten haar in ons midden doen. Maar wie weet ziet zij het na haar spaarpotje wel zitten om een puinhoop boekerijders doorheen de spannendste lotgevallen te gidsen. Ach, van al dat aflezen slaat mijn verbeelding wel eens op hol. De leesclub zal voorlopig met een dagdromend columnistje genoegen willen nemen.

This entry was posted in Algemeen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.